Dit is de club als het gaat om zwangerschap, baby's, peuters, kleuters en de grotere kindjes.
Een club vol informatie en het laatste nieuws.
Dus ben je zwanger of heb je kinderen?
Dan ben je hier op het juiste adres !
Kijk rustig rond, word lid en praat mee in ons gezellige forum!
Met vriendelijke groeten,
Dretjuh, mama van Layla en Dani
![]()
Voedingsoverzicht baby 0 - 12 maanden
< 3 maanden melkvoeding
4 maanden melkvoeding, eventueel tussendoortje
5 maanden melkvoeding, eventueel tussendoortje
6 maanden melkv., waarvan 1 melkvoeding vervangen is door bijvoeding of lichte pap
7 maanden melkv., warme maaltijd, tarwe pap, brood zonder korst
8 maanden melkv., warme maaltijd, pap, brood
9-12 maanden melkv., warme maaltijd, pap, lunch, toetje als vervanging van laatste melkv.
13 maanden > met de pot mee eten
Algemene voedingsrichtlijn voor jouw baby van maand 0 - 12
Gebruik geen gewone melk
Gebruik geen zout en specerijen
Gebruik geen honing 4-5 maanden
Zeer matig gebruik van suikers
Eerste hapje van jouw baby
Eerste stap: rijstebloempap aan fles toevoegen.
Tussendoor: gepureerd gekookte groente of gepureerd fruit.
Geschikt fruit: appel; banaan; meloen; peer; perzik.
Geschikt groente: bloemkool; broccoli; courgette; pompoen; snijbonen; sperziebonen; witlof; wortel.
Baby voedingsoverzicht vanaf maand 6
Bijvoeding met 6 maanden is een kleine warme (zoutloze) maaltijd of lichte pap ter vervanging van een melkvoeding.
Geschikt vlees/ kip/ vis: alles, mits goed gekookt of gestoofd en gepureerd
Geschikt fruit: alles, mits gepureerd
Geschikte groeten : bloemkool; broccoli; courgette; pompoen; snijbonen; sperziebonen; witlof; wortel.
Geschikte groeten maximaal 2x per week: andijvie; bleekselderij; Chinese kool; koolraap; paksoi; rode bieten; sla; spitskool; spinazie; venkel.
Ook geschikt: ei; (baby)koek; pasta.
BELEG OM MEE TE BEGINNEN (vanaf 6-7 maanden)
smeerkaas (niet meer dan 2x per week ivm zout)
smeerworst (niet meer dan 2x per week ivm vitamine A)
geprakte banaan of geprakt aardbei
appelstroop
jam
kwark
Hartig beleg is niet beter dan zoet beleg.
In vleeswaren en kaas zitten ongezonde vetten.
Kies bij deze belegsoorten voor magere varianten.
Denk hierbij aan 20+ kaas en kipfilet.
Bron: Mama's kookboek door Andrea van den Hout
Je baby is in je baarmoeder in een maand of negen uitgegroeid van een bevruchte eicel tot een compleet mensje, een enorme ontwikkeling. Maar hij is natuurlijk nog lang niet "af", na de geboorte gaat de ontwikkeling gewoon door. Neem de ontwikkeling van de hersenen. Bij de geboorte bevatten ze al wel alle neuronen die nodig zijn voor de rest van zijn leven, maar de verbindingen moeten voor een groot deel nog worden aangelegd. En dat gebeurt tijdens het leren, het opdoen van ervaringen. Niet alleen erfelijkheid speelt een rol bij de ontwikkeling van de hersenen, maar ook de omgeving. Alle ervaringen die je kind opdoet, fysiek en emotioneel, zullen hun invloed hebben op hoe zijn hersenen zich ontwikkelen en hoe hij als mens zal worden.
Groei en gewicht, grove en fijne motoriek, emotionele ontwikkeling, slaapritme... dit zal allemaal in rap tempo veranderen in het komende jaar en de jaren erna. Hieronder een overzicht.
Zoals ook beschreven in het boekje "Oei ik groei" (zie hieronder) lijkt de ontwikkeling van je baby in zogenaamde groeisprongen te verlopen: een tijdje lijkt je baby "moeilijker" dan anders. Het kan zijn dat je baby meer huilt dan anders, zich eenkenniger of dwarser gedraagt. Een beetje afhankelijk van de aard en de leeftijd van je kind en de leeftijd. En dan van de een op de andere dag is het moeilijke gedrag ineens verdwenen en kan je kind iets wat hij daarvoor niet kon. Zich optrekken aan de tafel of een blokje pakken bijvoorbeeld. Er is wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van baby's waaruit blijkt dat na zo'n groeisprong met behulp van een EEG ook echt veranderingen in de hersengolven gevonden worden.
Elke maand zal je baby weer iets meer kunnen. Hij is langer wakker en toont steeds meer interesse in zijn omgeving. Het slaapritme verschuift van kleine slaapjes de hele dag door naar een paar lichte slaapjes overdag en een lange diepere slaap 's nachts. De bewegingen worden vloeiender, en de in elkaar gekrulde houding van net na de geboorte wordt langzaam steeds meer ontspannen.
Hieronder wordt per maand aangegeven wat de gemiddelde baby zoal kan. Let op, dit zijn gemiddelden! De ene baby zal sneller zijn in zijn ontwikkeling dan de ander, en daar kan maanden tussen zitten. Daarnaast ontwikkelen baby's niet alle vaardigheden tegelijk. Ze beginnen met datgene waar ze de meeste belangstelling voor hebben. Zo zal de een snel leren praten terwijl de ander zijn motorische vaardigheden sneller ontwikkelt. Ten slotte zie je soms dat een baby iets al wel kan maar die vaardigheid nog niet voortdurend toepast. Er kunnen bijvoorbeeld wel een paar maanden zitten tussen de dag dat je kind (per ongeluk) voor het eerst van rug naar buik rolt tot de tijd dat hij dat bewust en met gemak de hele dag door zal gaan doen.
Maak je geen zorgen als de ontwikkeling van jouw baby niet overeenkomt met dit schema. Als je twijfelt of je baby achter is in zijn ontwikkeling, kaart dit dan eens aan op het consultatiebureau.
Je baby is nog heel klein en teer. De schedel is nog niet goed gesloten. De fontanel is een zacht plekje in het midden van het schedeltje waar de schedelplaten nog niet aansluiten. Deze opening zal zich de komende maanden langzaam gaan sluiten. Ook de nekspieren zijn nog niet sterk genoeg om het hoofdje omhoog te houden. Draag je baby voorzichtig. Ondersteun het hoofdje van je kleine baby altijd goed. Doe vooral ook geen wilde spelletjes met je baby, daar is hij nog niet sterk genoeg voor. Heel langzaam aan worden de spieren van je baby sterker. Misschien kan hij aan het einde van de eerste maand zijn hoofdje al heel even optillen als hij op zijn buik ligt.
De meeste babies kijken nog vaak lekker scheel. Het duurt nog wel even voor je baby zijn oogspieren onder controle heeft. Hij kan dan ook nog niet goed scherp zien, maar al wel naar je gezicht kijken op 20 centimeter afstand: precies de afstand van zijn tot jouw gezicht als je hem voedt! Hij herkent zijn moeder in ieder geval aan haar stem en aan haar geur. Hij reageert op geluiden, geurtjes en aanrakingen. Veel knuffelen en dicht bij je in de buurt houden dus! En, ook al zal hij nog niet begrijpen wat er tegen hem gezegd wordt, hij is al in staat om onderscheid te maken tussen woorden in zijn eigen moedertaal en in vreemde talen.
Je baby kan de eerste twee maanden van zijn leven zijn eigen lichaamstemperatuur nog niet goed regelen. Let dus op dat hij het niet te warm of te koud krijgt. Kleed hem goed aan, warm eventueel het bedje voordat je de baby erin legt op met een warme kruik, of trek juist een laagje kleertjes uit als het 's zomers erg warm is.
Je baby slaapt nog het grootste deel van de dag.

Je baby is al wat langer wakker nu en toont meer interesse in de wereld om zich heen. Hij kan zijn ogen beter scherp stellen op grotere afstand en het is mogelijk om oogcontact te maken. Hij kan voorwerpen volgen met zijn ogen als ze heel langzaam voorbij bewegen. Vooral licht-donker contrasten ziet hij goed. Hij luister aandachtig naar allerlei geluiden en je kunt hem zien reageren door bijvoorbeeld van schrik te gaan huilen als er plotseling iemand hard niest. Ook op aanraking en geur kan je baby sterk reageren. En, het allermooiste is nu toch wel dat de baby bewust naar je kan lachen.
"Glimlachen is een aangeboren reactie en baby's zullen gaan glimlachen, ongeacht wat hun moeders wel of niet doen. We weten dit zeker omdat zelfs blind geboren baby's, die de gezichten van hun moeders nooit kunnen zien, automatisch beginnen te glimlachen wanneer zij de leeftijd van vier weken bereiken." (Desmond Morris)
Je baby kan nu huilen met echte tranen. Het boeren, verslikken en spugen lijkt minder te worden, hij is over de meeste spijsverteringsproblemen heen gegroeid.
Het hoofdje kan hij al even iets verder omhoog houden als hij in buikligging ligt. Leg je kindje een paar keer per dag op de buik zodat hij zijn nekspieren goed kan oefenen. Het lijfje van je kind is al wat meer ontspannen dan vlak na de geboorte, de beentjes liggen al wat minder in de opgetrokken houding.
Ook zijn handjes gaan wat meer open, hij gaat zijn handjes ontdekken en kan er misschien al wat mee vastpakken. Bied voorwerpen van opzij aan, hij pakt eerder dingen van opzij dan van voren.
Hij gaat gelukkig al iets beter beseffen dat hij 's nachts meer en overdag minder moet slapen. Misschien redt hij het al wel eens om 's nachts 5 tot 6 uur achter elkaar te slapen. Erg dat is ook fijn voor de ouders!
Je baby probeert mensen te volgen met zijn ogen, bewegende beelden boeien hem. Hij reageert op de klank van de stem en op gezichtsuitdrukkingen. Vanaf de derde maand ziet je baby ook in kleur. Leg dus wat fel gekleurde voorwerpen in zijn box, dat zal hij prachtig vinden.
Het hoofdje kan weer iets verder opgetild worden en de baby houdt het iets langer vol. Hij kan zijn hoofdje bewegen en naar links en rechts kijken.
Rond deze tijd gaat je baby zijn handjes ontdekken. Hij bekijkt ze en draait ze rond en probeert er iets mee te pakken. Geef hem zachte doekjes en knuffels, en dingen waar hij naar grijpen kan. In de periode hierna begint hij ook de rest van zijn lijfje te ontdekken. Na de nek en romp ontdekt hij zijn armpjes en zijn handjes en pas daarna zijn beentjes, knietjes en zijn voetjes. Leg je baby eens bloot of met weinig kleertjes aan (verwarming aan!) op een kleed zodat hij de kans krijgt zijn eigen lichaampje goed te leren kennen.
Je baby begint nu ook al wat geluiden te maken. Een leuk spel is dan ook "samen praten". Maak geluiden tegen je baby, praat tegen hem of maak gekke geluidjes. Geef hem dan even de tijd om te reageren, misschien maakt hij een geluidje terug!
Met 3 maanden zijn de ergste darmkrampjes achter de rug. De reflexen van de pasgeborene zijn verdwenen en worden nu langzaam vervangen door bewust gedrag.
Na 3 of 4 maanden is het gezichtsvermogen van je kind helemaal ontwikkeld. Hij kan diepte zien en kleuren net als een volwassene. Hij zal datgene wat hij ziet gaan proberen te combineren met wat hij hoort of voelt. En, hij zal langzaam gaan beseffen dat de mensen om hem heen reageren op zijn gedrag zoals huilen of glimlachen.
Je baby moet nu zijn hoofd goed op kunnen tillen. De bewegingen zijn al wat vloeiender en hij beweegt zich alle kanten op. Met wat steun kan hij op schoot zitten. De handjes zijn favoriet speelgoed. Hij kijkt ernaar en probeert er wat mee te pakken. En als hij iets te pakken heeft verdwijnt dat direct in de mond. Baby's hebben een sterk ontwikkelde tastzin in de mond en gebruiken de mond dus in plaats van de handen om voorwerpen te leren kennen. Let heel erg op dat je baby niet bij giftige voorwerpen kan komen, of kleine voorwerpen waar hij in kan stikken!
Je baby begint geluiden te maken. Hij kan gillen en kraaien en hardop lachen.
Sommige baby's kunnen nu al zo'n 9 uur achter elkaar slapen. Overdag is hij soms 2 uur wakker tussen de voedingen door. Niet alleen het dag-nacht ritme van de slaap verandert maar ook de kwaliteit van de slaap: 's nachts zal hij dieper gaan slapen en overdag meer lichte dutjes doen.
Wanneer hij plat op zijn buik ligt, rekt hij zich uit en "speelt vliegtuigje": met armen en benen omhoog alleen steunend op zijn buik. Je baby zal proberen om liggend op zijn rug op zijn zij en op zijn buik te rollen. Ook al denk je dat je baby nog niet zover is, laat hem niet alleen op de commode liggen. Voor je het weet is hij er af gerold!
Je baby probeert nu alles te pakken waar hij bij kan, en wordt zelfs ongeduldig als het niet lukt. Hang en leg een paar gekleurde dingen in de box waar hij het gebruik van zijn handjes en vingertjes mee kan oefenen. Je baby zal als het goed is beide handjes ongeveer evenveel gebruiken. Dit wijst op een goede ontwikkeling van beide hersenhelften. Hij steekt zijn armpjes uit als hij opgepakt wil worden, steekt zijn handjes uit naar borst of fles als hij honger heeft, en duwt deze weer weg als hij klaar is met drinken.
Er komen steeds meer geluiden uit je kind: van gemurmel en gekir tot hardop lachen als je hem kietelt. Hij herkent bekende stemmen heel goed. Hij kan verschil horen in de manier van spreken: snapt het verschil tussen een goedkeurende, een tedere en een verbiedende stem. Van een verbiedende stem kan hij schrikken en gaan huilen. Welke woorden je gebruikt zal hem nu nog niet veel uitmaken. Hij luistert vooral naar de toon. Het is voor beide partijen nu leuk om samen te gaan praten: jij zegt op lieve toon iets tegen je kind (maakt niet uit wat!) en hij zal reageren met een lachje of een geluidje terug.
's Nachts slaapt je kind nu gemiddeld 8 tot 10 uur en overdag gemiddeld 4 tot 5 uur, verdeeld over 2 of 3 dutjes. Probeer je kind duidelijk te maken dat het vooral 's nachts moet slapen en begin met het bedritueel. Doe hem 's avonds in bad, zing of speel een liedje en stop hem in bed. Doe de gordijnen dicht zodat het wat donkerder wordt in de kamer. Je baby zal donker met nacht en slapen gaan associëren. Overdag mag het gewoon licht blijven in zijn kamertje.
Vanaf nu kan je baby zich op zijn handen steunen. Hij kan zijn hoofdje omhoog en achterover gooien als hij op de buik ligt. Het liefst wil hij nu ook rechtop zitten. Alleen zitten gaat nog niet, maar op schoot bij pappa of mamma des te beter. Ondersteun hem met twee handen. Als je baby op zijn rug ligt kan hij zichzelf door aan jouw handen te trekken al een beetje tot zit komen. Niet zelf trekken als je baby niet meehelpt.
Hij zal proberen zich naar een speeltje toe te bewegen dat een heel klein beetje verderop ligt door met armpjes en beentje te spartelen of om te rollen.
Leuke spelletjes zijn nu "klap eens in je handjes" of andere liedjes. Een activity center in de box waar hij zelf mee kan spelen is ook leuk. Of laat hem eens in de spiegel naar zichzelf kijken. Hij snapt nog niet dat die andere baby en hij eigenlijk dezelfde zijn!
Het kan voorkomen dat je kind eenkennig begint te worden: het kan opeens gaan huilen als een vreemde naar hem kijkt en in mamma's of pappa's vertrouwde armen willen wegkruipen. Soms is hij zelfs bang van bekenden zoals opa of oma. Niet alle kinderen hebben last van eenkennigheid.
Je baby zal inmiddels een min of meer vast schema hebben voor zijn slaapjes. Hij slaapt de hele nacht door en doet overdag nog 2 keer een dutje, 's ochtends en 's middags. Als hij 's nachts wakker wordt is een vertrouwde knuffel of doek vaak een uitstekend middel om hem weer in slaap te helpen. Ga als het nodig is zelf naar hem toe, maar probeer de bezoekjes te beperken en het zo kort mogelijk te houden.
Je baby kan nu misschien zelf al een koekje of een broodkorstje uit de hand eten. Als hij rechtop gehouden wordt kan hij met zijn beentjes een beetje zijn lichaam ondersteunen. Hij kan (met wat steun) zitten. Dit is een belangrijke stap in de ontwikkeling! Zittend ziet hij meer en hij heeft nu zijn handjes vrij om allerlei dingen te gaan pakken. Hij is daarmee al iets minder afhankelijk van zijn verzorgers geworden. Je baby gaat vanaf nu protesteren als zijn speeltje wordt afgepakt. Hij kan zelf speeltjes overpakken van de ene naar de andere hand.
Je baby probeert om de woorden die hij hoort te herkennen. Hij luistert goed en probeert de woorden en geluiden te imiteren. Misschien maakt hij al wel een keer een geluid dat op 'mama' of 'dada' lijkt. Hij 'praat' op verschillende toonhoogtes en geluidssterkten en maakt geluiden terug als je tegen hem praat.
Leuke spelletjes zijn "kiekeboe" en "geven en nemen". Als je baby je iets aangeeft, pak het dan aan en bedank hem met een woordje of een knuffel. Als je baby het voorwerp al los kan en wil laten, dan wil hij het waarschijnlijk weer direct zelf terughebben. Maar hij kan dit spelletje uren volhouden! "Kiekeboe" spelen is een manier om hem te leren dat datgene wat even uit het zicht is verdwenen niet echt weg is en weer terug kan komen.
Je baby is gefascineerd door oorzaak-gevolg verbanden. Bijvoorbeeld het overhalen van de schakelaar van het lichtknopje en het donker of licht worden in de kamer. Hij kan ook eindeloos bezig zijn een balletje vanaf de kinderstoel naar beneden te gooien om zo het principe van de zwaartekracht te ontdekken. Op deze manier ontwikkelen ze na verloop van tijd ook hun vermogen om dingen vast te houden.
Deze maand komt meestal het eerste tandje door. Als eerste komen de onderste twee snijtandjes door. Doorkomende tandjes geven vaak pijn en jeuk. De baby zal veel met zijn vingers in zijn mond zitten en ook veel speeksel verliezen (kwijlen of zeveren). De baby kan in deze periode ook moeite hebben met eten of slapen, rusteloos, zeurderig en huilerig worden.
Je kindje kan nu zelf zitten. Hij kan zichzelf ondersteunen als hij rechtop gehouden wordt onder zijn okseltjes. Hij kan voorwerpen gaan aanwijzen en een klein voorwerpje in de pincetgreep (tussen duim en wijsvinger) pakken. Hij kan zelf een koekje uit de hand eten. Als hij een stem hoort draait hij zijn hoofd in die richting van het geluid. Misschien trekt hij zich met wat hulp al op van zit tot staan.
Leg je je baby op zijn buik dan zal hij kruipbewegingen gaan maken, vaak eerst achteruit en dan pas vooruit. Sommige babies beginnen wat te tijgeren, de snelle babies zijn misschien al aan het kruipen. Hij leert eerst om met zijn voetjes af te zetten, pas daarna om de billen en de buik omhoog van de grond te bewegen zodat het kruipen makkelijker gaat. Zodra een baby zich zelfstandig kan voortbewegen kan hij op onderzoek uit en gaat het kindje een enorme sprong vooruit in zijn ontwikkeling. Laat hem dan ook regelmatig op zijn buik spelen om het kruipen te oefenen.
Wilde spelletjes zijn nu erg leuk. Laat je kind eens door de lucht vliegen (goed vasthouden!) of speel "boerenpaard" en laat je kind op schoot heen en weer hobbelen. Rollen met een bal met een muziekje erin is ook leuk.
Je baby kan kleinere voorwerpen nu goed oppakken en speelgoedjes overpakken van de ene hand in de andere. Hij kan in zijn handjes klappen en dag zwaaien. Hele snelle kindjes kunnen misschien al een paar stapjes langs de tafel lopen of wat stapjes doen als iemand hem goed onder zijn armpjes beet houdt.
Pas als je kind zelfstandig goed zitten kan mag hij mee op de fiets in een fietszitje voorop. Niet eerder, als rug en nekje nog niet sterk genoeg zijn kunnen ze makkelijk beschadigen. Ga de eerste keer ook maar een klein stukje en houd je kind goed in de gaten. Als het goed is zal je kleine het fantastisch vinden, er is zoveel te zien onderweg!
Hij snapt al veel meer van de wereld om hem heen, hij begint te begrijpen dat hij een eigen persoontje is. Zijn geheugen is al veel beter geworden zodat hij ook beseft dat zijn ouders of verzorgers er niet zijn. Dit kan leiden tot eenkennigheid worden, angst voor vreemden of angst om alleen gelaten te worden. Hij is nu ook gevoeliger voor stemmingen van anderen, als een ander kind huilt zal hij misschien mee gaan huilen. Hij kan bepaalde mensen en dieren herkennen van bijvoorbeeld een prentenboek of een foto. Geef hem zijn eigen plastic fotoalbum waar hij lekker mee kan spelen, vol met foto's van familieleden, de hond en zijn eigen speelgoed.
Het allerleukste spelletje op dit moment is "slopen". Dingen uit elkaar halen en weer proberen in elkaar te zetten, steeds opnieuw. Hij speelt met kleine bakjes die in elkaar passen, een pion met ringen eromheen of gewoon een kartonnen doosje waar hij allemaal rommel in kan stoppen en weer uit kan halen. Probeer ook eens "verstoppertje" te spelen met zijn favoriete knuffel. Leg de knuffel (terwijl je baby kijkt) onder een doek en kijk of hij hem er weer onderuit probeert te halen.
Zitten en een beetje kruipen ging al, maar vanaf nu kan je baby zich ook gaan optrekken vanuit zitstand tot hij op zijn eigen beentjes staat. Vanuit staande positie weer gaan zitten is nog moeilijk! Nu je kind steeds mobieler wordt moet je zorgen dat hij ook de kans krijgt om de omgeving goed te ontdekken. Geef hem de ruimte, maak je huis kindvriendelijk en veilig.
Verder begrijpt hij het woordje "nee" al wel, maar ernaar luisteren is nog een beetje teveel gevraagd. Sommige kinderen kunnen nu bewust de juiste woorden (of klanken die erop lijken) gaan gebruiken: "mamma" zeggen tegen mamma en "beer" tegen de knuffelbeer. In ieder geval begrijpt een kind al veel meer woorden dan hij kan zeggen. Probeer het eens met korte opdrachtjes zoals "kom hier" of kijk of hij de goede kant uitkijkt als jij vraagt "waar is het hondje?"
De nieuwe tandjes worden uitgeprobeerd door lekker overal op te bijten, inclusief op de hand van pappa en mamma. Leer dit af door rustig "nee" te zeggen en je los te maken. Als je hard "au" gaat roepen denkt hij dat het een leuk spelletje is en zal er nog lang mee doorgaan.
Omdat je kind meer gaat begrijpen kan hij opeens angsten ontwikkelen die hij eerst niet had. Hij begint rond deze tijd ook te dromen en zal wat onrustiger gaan slapen. Dromen is goed om de spanningen van de dag te kunnen verwerken.
Veel baby's kunnen nu langs de tafelrand lopen. Sommige kunnen los staan of misschien al een paar stappen los lopen. Geef je kind in ieder geval als hij net leert lopen nog geen schoenen met harde zolen aan. Met blote voetjes voelt je kind het beste hoe hij stevig op de grond kan staan. Op een koude of gladde vloer kun je hem anti-slipsokjes of zachte leren schoentjes aantrekken.
Blijf vooral vertellen wat je doet en ziet om de taalontwikkeling van je kind te stimuleren. Je kind zal je niet alleen na gaan praten maar ook je gebaren imiteren. Zwaaien naar de buurvrouw, of "mmm lekker" gebaren bij het eten van een koekje.
Laat je kind spelen met activity centers of speeltafeltjes. Lekker op knopjes drukken en kijken wat er gebeurt. Ook met blokken spelen en alles door de kamer heengooien vindt hij geweldig. Je hebt speelgoed met veel lichtjes en belletjes waar de baby zich ook aan op kan trekken en misschien al wat tegenaan kan duwen als hij een paar stappen zet. Let op dat de wieltjes niet te snel gaan rollen zodat je kind zijn loopkar niet bij kan houden en op zijn neus valt!
Het huilen om te laten merken dat hij ergens niet blij mee is wordt nu vaak vervangen door alleen maar een boze frons, of wegkijken of weglopen.
Wat gaat het hard! Je kindje is alweer bijna een jaar. Dat hele tere kleine babyachtige is er nu wel af. Na zijn eerste verjaardag wordt je kind gepromoveerd van baby naar dreumes.
Je kind zal zijn eerste woordje zeggen tussen de 10 en de 20 maanden. Misschien eerst een keertje pappa of mamma en dan al snel wat meer woordjes. In het tweede jaar leert je kind echt veel nieuwe woorden en zal leren om de woorden te combineren tot zinnen.
Probeer je kind zelf uit een beker te laten drinken. Sommige kindjes kunnen nu aan de hand lopen en even los staan. Snelle kindjes kunnen al wat lopen, maar de meeste leren dat pas echt goed tussen de 13 en 16 maanden. Overigens, het duurt nog een paar weken nadat je kind heeft leren lopen voordat hij weet hoe hij stil moet staan!
Foto's van familie, vrienden en favoriete knuffels bekijken is nog steeds erg leuk. Boekjes voorlezen blijft trouwens favoriet. Hij zal steeds meer begrijpen van de tekst. Probeer ook eens boekjes op rijm. Kan je kind (een beetje) lopen dan is een beestje dat hij mee voort kan trekken of duwen erg leuk.
Bron: http://www.allesoverkinderen.nl/
Welkom bij Clubs!
Kijk gerust verder op deze club en doe mee.
Inloggen met Hyves
Inloggen met Facebook
Inloggen met Google
Inloggen met Windows Live
Inloggen met Twitter Wat is dit?Je kan je ook aanmelden via een van bovenstaande partner websites. Klik op het icoontje en je bent direct ingelogd op Clubs.nl
Of maak zelf een Clubs account aan:
Statistieken

Sommige kinderen zijn hun hele peutertijd lang echte engeltjes. Oké, ze hebben weleens de bokkenpruik op, maar daar blijft het zo'n beetje bij. Bij andere peuters breekt voortdurend de hel los. Ze schoppen, slaan, krijsen en gooien met alles wat ze in hun vingers krijgen. Het kleine zusje moet het voortdurend ontgelden en op alles wat je zegt, weerklinkt een vastberaden "nee!". Een ernstig geval van peuterpuberteit dus. Waarom kan dat nu per kind zo verschillen, zelfs bij kinderen van dezelfde ouders? Wat is de peuterpuberteit eigenlijk precies, hoe ontstaat die en misschien nog wel het allerbelangrijkste: hoe ga je er het beste mee om?
De peuterpuberteit met al haar mogelijke perikelen begint meestal rond de 18 maanden en duurt zo tot de kleutertijd. Tijdens deze periode ontdekt de peuter dat hij een ander wezen is dan zijn ouders. Hij leert hoe de wereld in elkaar steekt en gaat grenzen uittesten. In feite heeft de peuterpuberteit redelijk veel weg van de gewone puberteit: je kind probeert zelfstandig te worden.
Het probleem met peuters is dat ze natuurlijk nog maar vrij weinig zelf kunnen. Dit staat hun zo gewilde zelfstandigheid behoorlijk in de weg en dat leidt tot frustraties en soms zelfs angst. Verder hebben ze last van stemmingswisselingen, wat voor henzelf ook best verwarrend kan zijn. Het ene moment voelen ze zich ontzettend blij en het volgende zijn ze bang of verdrietig. Ook zijn ze op deze leeftijd nog erg ongeremd. Ze moeten zich nog leren beheersen. Het kan regelmatig voorkomen dat je kind zo wordt meegesleept door zijn emoties, dat er geen land mee te bezeilen is.
In een driftbui worden heftige emoties geuit. Deze buien komen net zoveel voor bij jongens als bij meisjes. Ook de manier waarop ze zich uiten, is bij jongens en meisjes vergelijkbaar. Ze variëren van huilen of de adem inhouden tot volledig onevenredige uitbarstingen. Zo zijn er peuters die grommen, of die schrille kreten laten horen die doen denken aan een prehistorische vogel. Andere peuters krijsen zo hard dat haarvaten in hun wangen knappen of hun ogen bloeddoorlopen raken. Weer anderen schreeuwen tot ze moeten overgeven, of tot ze van de spanning zo stijf staan als een standbeeld.
Het verschilt dus nogal hoe een driftbui zich uit. Maar globaal genomen spreekt men van een driftbui als een of meer van de volgende uitingen zich voordoen: verstijven, zichzelf op de grond laten vallen, schreeuwen, gillen, huilen, duwen en trekken, stampen, slaan, schoppen, met iets gooien, jammeren of wegrennen. Meestal wordt zo'n bui veroorzaakt door eten, slapen, aankleden, een conflict of een frustratie met een voorwerp.
Bij jonge peuters komt verstijven relatief vaak voor. Wanneer ze wat ouder zijn, krijgt schreeuwen meer de overhand. De meeste driftbuien zijn na vijf minuten wel over. Veel kinderen hebben regelmatig driftbuien. En wanneer een doorgaans voorbeeldig kind moe, hongerig of verdrietig is, kan zelfs de meest bekwame ouder of verzorger een incidentele driftbui niet voorkomen.
De meeste driftbuien kennen een keerpunt. Voordat dit punt is bereikt, kan handig ingrijpen escalatie voorkomen. Na dit punt zal een eventuele tussenkomst de bui alleen maar verergeren. Zelfs de beste strategieën helpen dan niet meer. Er zit dan niets anders meer op dan de bui maar uit te zitten.
Niet alleen de peuter raakt in deze periode gefrustreerd. Voor ouders kunnen de buien van een peuter een ware aanslag op hun gemoedstoestand zijn. Het is moeilijk om te zien wat er in het hoofd van je kind omgaat, omdat de peuter nog niet in staat is om goed te communiceren. Het kan dus voor een ouder ook erg frustrerend zijn om maar niet te begrijpen wat je kind bedoelt. Je wilt je kind zo graag helpen, maar weet niet hoe. Als je peuter echt door het lint gaat, kun je flink kwaad worden of zelfs bang zijn voor het gedrag van je kind. Sommige ouders maken zich zorgen over deze gevoelens en vragen zich wanhopig af of ze wel goede ouders zijn.
Sommige peuters hebben nauwelijks tot geen last van driftbuien. Hierdoor zijn mensen geneigd om de ouders de schuld te geven wiens kind wel last heeft van heftige uitspattingen. Dit is echter niet gegrond. Als ouder kun je er niets aan doen of je kind een driftbui krijgt of niet. Maar waar je als ouder wel invloed op hebt, is de manier waarop je met zo'n driftbui omgaat.
Uit onderzoek is gebleken dat peuters die veel en heftige driftbuien hebben, vaker worden mishandeld. Nu zal het de meeste ouders wel duidelijk zijn dat mishandeling geen goede manier is om met een driftbui om te gaan. Maar ook andere oplossingen, die op zich best logisch klinken, kunnen anders uitpakken dan je voor ogen had. De volgende (re)acties zijn in ieder geval af te raden:
De allerbeste manier om met negatief gedrag om te gaan, is om het gedrag te negeren. Zoals hierboven al is gezegd, zal een kind ook negatieve aandacht als aandacht beschouwen en zal hij vervolgens niet aarzelen om negatief gedrag te gebruiken om in de schijnwerpers te komen. Maar wat kun je verder doen om negatief gedrag te ontmoedigen?
Houd hierbij een duur aan van een minuut per levensjaar. Niet korter, want dan gaat je kind het zien als een leuk spelletje. Maar ook niet langer, want dan vergeet je kind waarom hij ook alweer moest afkoelen. Een heel jong kind wordt, als een time-out te lang duurt, ongerust en onzeker over jouw gevoelens voor hem. Zorg er daarom voor dat je je aan die minuut per levensjaar houdt. Stuur hem trouwens nooit voor straf naar bed! Zo gaat hij namelijk zijn slaapplaats met straf associëren, waardoor hij slaapproblemen kan krijgen.
Door Helen Engelbarts
(Met dank aan pedagoge Lenny van Rosmalen)
Bron: www.allesoverkinderen.nl